De auteurs - Linthout
Willy Linthout
Willy Linthout werd geboren te Lokeren op 1 mei 1953, maar door zijn
ouders op 30 april bij de Burgerlijke Stand opgegeven om een maand extra
kindergeld te krijgen.
Al vlug bleek dat kleine Willy voor niet veel deugde: zijn studies om
kosmonaut, operazanger of balletdanser te worden, liepen telkens op een
mislukking uit. Alleen tekenen kon hij goed, en toen hij, als misdienaar te
Lokeren, een zeldzame 15de-eeuwse missaal vol 'mannekes' had getekend, was zijn
lot bezegeld: hij werd twee weken opgesloten in het kolenkot, dat hij dan maar
helemaal van muurbeschilderingen voorzag (thans de Koninklijke Linthoutmusea te
Lokeren).
Al van kinds af aan was Willy dus gepassioneerd door tekenen. Ook op school,
het Vrij Technisch Instituut in Lokeren, waar hij zes jaar lang de strip Prosperke
(Urbanus avant-la-lettre) publiceerde in de schoolkrant. Toch werd hij niet
meteen als striptekenaar ontdekt. Zijn eerste boekjes liet hij zelf drukken,
met de winst van de Missie-wafelenverkoop. In 1977 zag zijn album 'Waarom? En andere vreemde verhalen' het daglicht.
Tekenen bleef aanvankelijk een hobby (in 1982 verscheen dan ook de Nero-parodie
De Zeven Van Zeveneken van Linthout zijn hand), net als het verzamelen van
strips en zeldzaam speelgoed.
Pas toen hij, naar de grote Vlaamse stripvoorbeelden Sleen en Vandersteen, een
nieuwe stripreeks wilde beginnen, met eigen personages en vervolgverhalen, werd
het menens. Waarom een hoofdpersonage uitvinden, als er in Vlaanderen al een
ideale stripfiguur in de persoon van Urbanus bestaat?
Het scenario voor de eerste twintig pagina's schreef Linthout terwijl hij in de
fabriek aan het metaaldraaien was. Urbanus werd voorzien van een korte, veel te
brede broek, bottinen en bretellen en werd omringd door nieuwe, door Linthout
verzonnen nevenfiguren: vader Cesar, moeder Eufrazie, de tweedelige hond Nabuko
en Donosor, de bromvlieg Amedee en de eeuwig zieltogende, schatrijke nonkel
Fillemon.
Daarmee was de familie Urbanus compleet. Alleen de schurk ontbrak nog. Dat werd de
immer goedgeluimde clochard-oplichter Jef Patat. Vanaf het eerste album was
deze strip, die goed past in de Vlaamse striptraditie van Nero en Suske en
Wiske, een succes. Urbanus zelf begon al snel mee te schrijven aan de
scenario's. Zo ontstond deel na deel in deze 'grote Vlaams familiesage'.
Alom bekend in de stripwereld had Willy regelmatig contact met tekenaar Luc
Cromheecke. Ideeën voor en nieuwe reeks groeiden en kregen begin deze eeuw vorm
in het figuur van Roboboy.
Het bizarre robotje dat graag olie drinkt en zich voedt met alles wat van
metaal is. Roboboy's vreemde afkomst, constitutie en zin voor extreme humor
zorgt voor supergekke confrontaties met de aardse stervelingen. Linthout neemt
de rol van scenarist op zich voor deze reeks.
Enkele jaren geleden koos de zoon van Willy Linthout voor zelfdoding. Deze ingrijpende
gebeurtenis ligt aan de grondslag van de creatie van Het Jaar Van De Olifant. Het omgaan met en het verwerken van zelfdoding staan
centraal in de verhalen.
Hoofdpersonage is de vijftiger Karel. Hij is getrouwd met Simone, heeft vast
werk, en zijn zoon Wannes is zijn oogappel. Op zekere dag staat de politie aan
de deur met vreselijk nieuws: Wannes heeft zich het leven benomen, hij is van
het dak gesprongen.
Linthout sleept ons al vanaf de eerste bladzijde mee in het moeilijke proces
dat Karel te wachten staat. Karel wordt heen en weer geslingerd tussen
verschillende gevoelens: eenzaamheid, verdriet, onbegrip, tederheid, Vaak
verliest hij het verschil tussen realiteit en fictie uit het oog. Niemand kan
hem vertellen hoe hij de dood van Wannes moet verwerken. De wereld heeft er
geen boodschap aan. Immers, wanneer het er echt toe doet, staat een mens
alleen. Helemaal alleen.
In acht delen beschrijft Willy
Linthout verschillende tragische, mooie, ontroerende
gebeurtenissen die Karel meemaakt tijdens zijn rouwproces. Heel wat ervan zijn
gebaseerd op de eigen ervaring van de auteur. Het schrijven en tekenen van deze
reeks is voor Willy Linthout
dan ook een heel intense ervaring.
Het resultaat: een meeslepend verhaal vanuit het hart. Gevoelens die niet onder
woorden zijn te brengen krijgen een beeld in dit naar de keel grijpende
verhaal. In 2007 kreeg Willy voor "Het Jaar Van De Olifant" de Stripschapspenning
voor de beste literaire strip van het jaar.
Ondertussen verschijnen er nog albums van zijn succesreeks, daarbuiten schrijft
hij scenario's voor een driedelige reeks Het Laatste Station, getekend door Erik Wielaert.
Een rechercheur wordt tijdens een onderzoek naar een seriemoordenaar
geconfronteerd met de zelfmoord van zijn vader, wat hem en het onderzoek danig
in de war brengt.
Met momenten een grappig politieverhaal dat snel kan overslaan naar een
spookachtige thriller!
